De oorsprongsbenaming Alentejo heeft acht subregio's: Portalegre, Borba, Évora, Redondo, Reguengos, Granja-Amareleja, Vidigueira en Moura. Bijna geen enkel etiket legt uit wat ze van elkaar scheidt. Dat doen het klimaat, de bodem en de druivenrassen die daartegen bestand zijn.
Acht subregio's
De statuten van het wijngebied Alentejo werden goedgekeurd bij wetsdecreet nr. 53/2003 van 27 maart. Die tekst legde de kaart vast die vandaag op de etiketten staat.
Portalegre ligt in het noorden, in de Serra de São Mamede, met wijngaarden tussen 450 en 760 meter, op graniet en schist. Er valt meer regen en de temperatuurschommeling in de zomer is groot. De druiven rijpen langzaam en houden hun zuren vast.
Vidigueira ligt in het zuiden, op een geologische breuk die over ongeveer 50 kilometer van oost naar west loopt. De steilranden temperen de hitte van een streek waar de zomer boven de 35 graden uitkomt. Vandaar dat Vidigueira altijd land van witte wijnen is geweest.
Aragonez
Het is hetzelfde ras dat in de Douro en in de Dão Tinta Roriz heet en aan de andere kant van de grens Tempranillo.
Het rijpt vroeg, is groeikrachtig en productief, en houdt van een warm en droog klimaat, met zandige of kleiig-kalkhoudende bodems.
Het geeft veel fruit en specerij en werkt het best in een blend: in de Douro met Touriga Nacional, in de Alentejo met Trincadeira en Alicante Bouschet.
Trincadeira
In de Alentejo en in de Douro heet het ras ook Tinta Amarela.
Wines of Portugal beschrijft het als een lastig en bijzonder groeikrachtig ras. De trossen zijn compact, de opbrengst is onregelmatig en de gevoeligheid voor ziekten en rot is extreem.
Een compacte tros droogt vanbinnen niet. Dat is de technische reden dat Trincadeira alleen goed vrucht draagt waar weinig regen valt, in de Alentejo en in een deel van de Tejo.
Rijp geoogst geeft het bloemige wijnen, rijk aan kleur en zuren, met matige alcohol. Zonder genoeg rijpheid komt de groene kant naar boven. Het gaat goed met gegrild vlees, eend en worst.
Alicante Bouschet
Het is een verfdruif. Het vruchtvlees is rood, niet alleen de schil. Bijna alle blauwe rassen geven kleurloze most, en de kleur komt helemaal uit de schil.
Het ras werd in Zuid-Frankrijk gemaakt door Henri Bouschet, uit een kruising van Petit Bouschet, gewonnen door zijn vader Louis, met Grenache. Het kwam eind negentiende eeuw in de Alentejo terecht via de band van John Reynolds met wijnboeren uit de streek van Montpellier. Op Herdade do Mouchão stond het in 1894 al aangeplant in de wijngaard Dourada.
Jancis Robinson schreef dat het ras in de Alentejo zijn echte thuis vond. Het geeft dichte kleur, stevige tannines en wijnen die jaren op fles winnen. Het vraagt om gegrild porco preto en ensopado de borrego.
Castelão en de lange lijst
Castelão is de naam van het ras. De andere naam komt van een landgoed: in 1846 kocht José Maria da Fonseca de Cova da Periquita in Azeitão en plantte daar Castelão. Er is sinds 1850 een oogst Periquita en het merk werd in 1941 geregistreerd.
In de Alentejo zit het ras in de aanplant van Vidigueira en van Portalegre, bijna altijd in een blend. Alfrocheiro, Moreto, Tinta Caiada en Tinta Grossa zijn ook rassen van de streek.
Antão Vaz, Arinto, Roupeiro
De Comissão Vitivinícola Regional Alentejana noemt Antão Vaz het visitekaartje van de witte rassen van de Alentejo. Het doet het het best in Vidigueira en in Évora. Genetisch onderzoek liet zien dat het ontstond uit een kruising van Cayetana Blanca met João Domingos, een blauw ras dat in Portugal als uitgestorven geldt.
Het heeft een dikke schil en een losse tros, en dat maakt het bestand tegen de hitte. Vroeg geoogst geeft het hoge zuren. Laat geoogst geeft het volle wijnen, van citrus en tropisch fruit.
Arinto is het ras dat corrigeert. De CVRA spreekt van zijn onbuigzame zuurgraad en behandelt het in de Alentejo als verbeterras. Het is dezelfde plant die in de Minho Pedernã heet.
Roupeiro is het meest aangeplante witte ras van de streek. Het geeft citrus met enthousiasme en verliest die snel na het bottelen. Een Roupeiro drinkt u binnen het jaar.
De klassieke blend van de witte Alentejo is deze: Antão Vaz voor het lichaam, Arinto voor de zuren, Roupeiro voor het aroma.
De talha
Een talha is een kleipot. De wijn gist daarbinnen met de schillen, de pitten en, op sommige plaatsen, de steeltjes, en blijft daarmee in contact tot hij gedronken wordt. De binnenkant krijgt dennenhars, de pez louro.
In 1876 noemde João Ignacio Ferreira Lapa deze methode uit de Alentejo het Romeinse systeem. De naam bleef hangen.
De talhas gaan open op de dag van São Martinho, 11 november.
Op 18 augustus 2026 keurde de algemene raad van de CVRA unaniem goed om de certificering van Vinho de Talha uit te breiden naar alle subregio's. In hetzelfde besluit werden de vermeldingen Vinhas Velhas, vanaf 35 jaar, en Vinhas Centenárias, voor wijngaarden geregistreerd voor 1931, vastgelegd.
Aan tafel en in het glas
Schenk de witte wijnen op 10 of 12 graden. Kouder sluit Antão Vaz zich, en dat is precies het deel waarvoor u betaalt. De rode op 16 of 17. In een zaal in Lissabon in augustus komt de alcohol omhoog en verdwijnt het fruit.
Lees de subregio voor het merk. Portalegre voor rode wijnen met zuren en witte van hoogte. Vidigueira voor Antão Vaz. Reguengos en Borba voor de blends van Aragonez, Trincadeira en Alicante Bouschet.
De twee fadohuizen hebben verschillende kaarten, in Chiado en in Alfama, en samen hebben ze 26 wijnen uit de Alentejo. Tafels reserveert u hier.